ALGEMENE VOORWAARDEN BEHORENDE BIJ DE LESOVEREENKOMST VAN BOVAG RIJSCHOLEN
Deze Algemene Voorwaarden van BOVAG Rijscholen zijn tot stand
gekomen in overleg met de ANWB in het kader van het SER
Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg en treden in werking per
15 mei 2019.
DEFINITIES
– Toets: testmoment zoals onder meer het onderzoek naar de
rijvaardigheid (in deze algemene voorwaarden verder: ‘het
onderzoek’), het theorie-examen, de tussentijdse toets, de code 95
toets (voor bijvoorbeeld BHV, EHBO, Heftruck etc.);
– Praktijkopleiding: een rijles in de praktijk;
– Pakket praktijkopleiding: de lesovereenkomst voor een vast aantal
lessen of voor een vaste periode;
– Het examenbureau: de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
(CBR) / de Contactcommissie Chauffeursvakbekwaamheid
(CCV) en het Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid (BNOR), of een
ander examenbureau;
– Schriftelijk: in geschrift of elektronisch.
Artikel 1 – Toepasselijkheid
De algemene voorwaarden horen bij lesovereenkomsten gesloten
tussen bij BOVAG aangesloten verkeersscholen en hun leerlingen/
cursisten.
Artikel 2 – De overeenkomst
1. In de lesovereenkomst staat om welke opleiding het gaat:
– een theorieopleiding;
– een praktijkopleiding;
– een pakket praktijkopleiding;
– een chauffeursopleiding;
– of een ander opleiding.
2. De lesovereenkomst wordt bij voorkeur schriftelijk vastgelegd.
De leerling krijgt een afschrift van de lesovereenkomst.
Artikel 3 – Verplichtingen verkeersschool
De verkeersschool draagt er verplicht zorg voor:
1. Dat de les wordt gegeven door instructeurs die voldoen aan de
bepalingen van de Wet Rij-onderricht Motorrijtuigen (WRM);
2. Dat de les zo veel mogelijk wordt gegeven door dezelfde instructeur;
3. Dat de instructeur de leerling regelmatig en in ieder geval eens per
vijf praktijklessen informatie geeft over de voortgang van deze
leerling, ook in relatie tot de exameneisen;
4. Dat de aanvraag voor een toets na betaling binnen twee weken door
de verkeersschool in het aanvraagbestand van het relevante
examenbureau ingevoerd wordt;
5. Dat de leerling op de datum en de tijd waarvoor hij is opgeroepen
het onderzoek naar de rijvaardigheid zal kunnen doen in het
lesvoertuig waarmee hij heeft gelest. Is dat niet mogelijk, dan
gebeurt dit in een lesvoertuig van minimaal hetzelfde of van een
gelijkwaardig type;
6. Dat de afgesproken duur van een les ook helemaal gebruikt wordt
voor deze les;
7. Dat de verkeersschool een aansprakelijkheidsverzekering heeft
afgesloten, die in ieder geval een dekking biedt van € 2.500.000,-;
8. Dat de leerling wordt geïnformeerd welke medische aandoeningen
van invloed kunnen zijn op het recht om een voertuig te mogen
besturen;
9. Dat de leerling verteld wordt dat de verblijfsstatus bepalend is voor
het recht op afgifte van een rijbewijs;
10. Dat de leerling verteld wordt dat hij het moet melden als aan hem
de bevoegdheid om een motorvoertuig te besturen is ontnomen.
Artikel 4 – Verplichtingen leerling
De leerling moet:
1. Bepaalde lesonderdelen beheersen voor dat aan een toets kan
worden deelgenomen. De leerling moet zich aan het met de
verkeersschool afgesproken lesschema tot elke toets nakomen en
zich houden aan de op de (digitale) lesafsprakenkaart vastgelegde
afgesproken datum, tijd en plaats voor de rijles. De verkeersschool
zal vijftien extra minuten wachten. Komt de leerling niet, zonder
tijdig te hebben afgezegd, dan moet de leerling deze les betalen.
Een te laat afgezegde les wordt niet in rekening gebracht bij
afzeggen vanwege een dringende reden, zoals een ernstig ongeval /
ernstige ziekte of overlijden van de leerling, alsmede een ernstig
ongeval / ernstige ziekte / of overlijden van familie in de 1e en 2e
graad of van zijn huisgenoten;
2. De volledige lesprijs betalen als de rijles wordt afgezegd binnen
72 uur voor de op de (digitale) lesafsprakenkaart afgesproken tijd.
Zaterdagen, zondagen en erkende feestdagen worden niet
meegerekend in deze 72 uur. Het afzeggen moet tijdens de
kantooruren van de verkeersschool gebeuren en dit moet persoonlijk
op het kantoor van de verkeersschool of telefonisch worden gedaan;
3. Alle aanwijzingen van de instructeur tijdens de lessen opvolgen;
4. Een geldig legitimatiebewijs en als dit vereist is ook een geldig
theoriecertificaat (of geldig vervangend document) kunnen tonen bij
een toets. Bovendien moet de leerling bij een transportopleiding
voorafgaand aan een les een geldig rijbewijs kunnen tonen;
5. Voordat met de lessen wordt begonnen, moet de leerling op tijd
afstemming hebben gezocht met het examenbureau over relevante
medische aandoeningen (zie ook art. 3 lid 8). Als de leerling dit niet
heeft gedaan, is de verkeersschool niet aansprakelijk als de
opleiding vervolgens moet worden onderbroken of gestopt;
6. Melden dat hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen
is ontnomen. Meldt de leerling dit niet, dan is de verkeersschool niet
aansprakelijk voor de gevolgen ervan.
Artikel 5 – Betaling
1. De verkeersschool mag een redelijk bedrag aan inschrijvingsgeld /
administratiekosten in rekening brengen. De leerling moet dit voor
het begin van de eerste les betalen.
2. De verkeersschool mag tijdens de duur van de lesovereenkomst de
lesprijs verhogen. Dit geldt niet als er sprake is van een pakketprijs,
maar dan mag de prijs wél omhoog vanwege een door de minister
tussentijds vastgestelde verhoging van examengelden. De leerling
kan wegens een prijsverhoging de lesovereenkomst van een
(pakket)praktijkopleiding schriftelijk ontbinden, als dit maar gedaan
wordt binnen twee weken nadat hem is gemeld dat de prijs omhoog
zal gaan.
3. De leerling moet vóór het verstrijken van de betalingsdatum betaald
hebben. Doet hij dat niet, dan stuurt de verkeersschool na het
verstrijken van die datum een kosteloze betalingsherinnering en
geeft hij de leerling de gelegenheid om binnen veertien dagen na
ontvangst van deze betalingsherinnering het openstaande bedrag
toch nog te betalen. Als na het verstrijken van de betalingsherinnering
nog steeds niet betaald is, mag de verkeersschool rente
in rekening brengen vanaf het moment van verzuim. Deze rente is
gelijk aan de wettelijke rente. Moet de verkeersschool om haar
vordering te incasseren kosten voor een gerechtelijke procedure
of buitengerechtelijke kosten maken, dan kan dit aan de leerling
in rekening worden gebracht. De hoogte van deze kosten is
onderworpen aan (wettelijke) grenzen. Daarvan kan in het voordeel
van de leerling worden afgeweken.
4 Als de leerling toch niet of gedeeltelijk heeft betaald, ook niet nadat
hij een redelijke termijn heeft gekregen om toch nog te betalen, dan
mag de verkeersschool de lesovereenkomst opzeggen. De mededeling
dat is opgezegd, gebeurt schriftelijk.
Artikel 6 – Aanvraag voor een toets (onderzoek naar de
rijvaardigheid, tussentijdse toets of andere deeltoets)
1. De leerling betaalt de kosten van de toets aan de verkeersschool
op het moment dat de aanvraag hiervoor is ingevuld. Er kan, liefst
schriftelijk, iets anders worden afgesproken.
2. Veertien dagen na de datum van het invullen en het betalen van de
aanvraag, mag de leerling zijn gegevens in het aanvraagbestand van
de verkeersschool inzien. Zo kan hij controleren of de aanvraag ook
bij het examenbureau is ingediend.
3. Indien de toets niet door kan gaan, omdat de leerling niet of te laat
op het onderzoek verschijnt en dit is niet te wijten aan de
verkeersschool, moet de leerling betalen voor de nieuwe aanvraag.
Als er dan sprake is van een prijsverhoging dan krijgt de leerling als
hij of zij daar bij de verkeersschool om vraagt een schriftelijke
specificatie.
Artikel 7 – Onderzoek naar de rijvaardigheid
(verder: het onderzoek)
1. Last het examenbureau het onderzoek wegens slechte
weersomstandigheden op de afgesproken tijd af, dan kan de
verkeersschool de leerling het lesgeld van één rijles in rekening
brengen voor het opnieuw vastgestelde onderzoek.
2. De verkeersschool regelt op verzoek van de leerling kosteloos een
nieuwe aanvraag voor het onderzoek. Dit geldt in deze situaties.
De leerling kan het onderzoek niet beginnen of afronden, omdat:
a. er een dringende reden was, zie art. 4 lid 1;
b. het lesvoertuig om het onderzoek mee af te leggen er niet was
en ook geen vervangend voertuig van hetzelfde of van een
gelijkwaardig type;
c. het examenbureau het voor het onderzoek te gebruiken
lesvoertuig afgekeurd heeft, terwijl er geen vervangend
lesvoertuig van hetzelfde of van een gelijkwaardig type
beschikbaar was.
3. In de situaties van lid 2 krijgt een leerling die een nieuw
praktijkexamen aan wil gaan vragen drie gratis rijlessen, tenzij
het gaat om een tussentijdse deel toets.
Artikel 8 – Beëindiging van de lesovereenkomst
1. Praktijkopleiding:
a. Een praktijkopleiding mag worden opgezegd.
Leerling of verkeersschool mag de praktijkopleiding opzeggen
tegen de eerste dag van een kalendermaand. De opzegtermijn is
een maand.
b. Vooruitbetaalde lesgelden worden terugbetaald onder aftrek van
het al aan het examenbureau betaalde examengeld, de rijlessen
die al genoten zijn en de administratiekosten.
c. De leerling hoeft tijdens de opzegtermijn niet te lessen als er
dringende redenen zijn om dit niet te doen (zie artikel 4 lid 1). Het
betaalde geld voor deze niet-genoten rijlessen wordt aan de
leerling terugbetaald.
d. De eerste rijles praktijkopleiding wordt gezien als een vrijblijvende
proefles -tegen een gangbaar lestarief- bij de instructeur die de
rijlessen gaat geven. Als de leerling na deze rijles geen verdere
rijlessen bij de verkeersschool wil volgen, meldt de leerling dit
schriftelijk bij voorkeur binnen vijf werkdagen, maar in ieder geval
voor de volgende rijles.
2. Pakket praktijkopleiding
a. De leerling mag een pakket praktijkopleiding ontbinden, zodra de
verkeersschool toerekenbaar tekort schiet in de nakoming van de
pakket praktijkopleiding.
b. De leerling moet de verkeersschool schriftelijk in gebreke stellen
en geeft de verkeersschool een termijn van vier weken om alsnog
de pakket praktijkopleiding goed na te komen.
c. Als na afloop van deze termijn de verkeersschool alsnog niet
nakomt, mag de leerling de pakket praktijkopleiding ontbinden.
d. De pakket praktijkopleiding mag zonder ingebrekestelling worden
ontbonden,
– als de verkeersschool heeft laten weten dat hij niet in overeenstemming
met de afspraken de pakket praktijkopleiding na wil
komen, of;
– als van de leerling in alle redelijkheid niet kan worden verwacht
dat de verkeersschool nog een extra termijn als bedoeld in 2.b
krijgt.
e. De leerling mag de pakket praktijkopleiding opzeggen, als er
sprake is van dringende redenen zoals vermeld in artikel 4 lid 1.
f. De verkeersschool mag de overeenkomst alleen opzeggen, als in
redelijkheid niet verwacht kan worden dat de praktijkopleiding
door hem wordt voortgezet.
g. In de gevallen genoemd onder 2.c, 2.d 2.e en 2.f krijgt de leerling
het vooruitbetaalde geld terug onder aftrek van al genoten lessen,
administratiekosten en de betaalde examengeld(en).
h. De eerste rijles uit de pakket praktijkopleiding wordt gezien als
een vrijblijvende proefles -tegen een gangbaar lestarief- bij de
instructeur die de rijlessen gaat geven. Als de leerling na deze
rijles geen verdere rijlessen bij de verkeersschool wil volgen,
meldt de leerling dit schriftelijk bij voorkeur binnen vijf
werkdagen, maar in ieder geval voor de volgende rijles.
Artikel 9 – Lesovereenkomst op afstand / buiten
een verkoopruimte
De leerling die consument is, heeft de rechten en
plichten die volgen uit de bepalingen voor overeenkomsten
tussen handelaren en consumenten, zie
boek 6 titel 5 afdeling 2b BW.
Dit geldt alleen wanneer een lesovereenkomst is
gesloten op afstand of buiten een verkoopruimte (zoals
het bedrijfspand of de lesauto) in de zin van 6: 230g
BW. De wettelijke bepalingen gelden dan in aanvulling
van en in afwijking op deze algemene voorwaarden.
Artikel 10 – Bemiddelings- en Geschillenregeling
1. Bemiddeling
a. Een leerling die klachten heeft, moet daarmee eerst naar de
verkeersschool gaan.
b. Als de klachtafhandeling door de verkeersschool niet heeft geleid
tot een resultaat waar de leerling tevreden mee is, dan kan de
leerling er voor kiezen om het geschil binnen twee weken na het
ontstaan ervan schriftelijk of telefonisch voor te leggen aan
BOVAG Bemiddeling voor een bemiddelingspoging.
De bemiddelingspoging gaat volgens een reglement dat partijen
vooraf ter kennis krijgen. Het adres van BOVAG Bemiddeling is:
Postbus 1100, 3980 DC te Bunnik (telnr. 030-6595395).
De leerling die consument is kan er ook voor kiezen de klacht
aan de geschillencommissie voor te leggen.
2. Geschillenregeling
a. Van een geschil is sprake nadat de klachtafhandeling door de
verkeersschool en/of via de bemiddelingspoging van BOVAG
Bemiddeling niet succesvol is geweest.
b. Als er een geschil is dan kan het geschil zowel door deze leerling
als door de verkeersschool worden voorgelegd aan de
Geschillencommissie Rijopleidingen. Adres:
De Geschillencommissie, Postbus 90600, 2509 LP te Den Haag
(Bezoekadres: Bordewijklaan 46, 2591 XR, te Den Haag). De
leerling kan er ook voor kiezen om met zijn geschil naar de
rechter te gaan.
Het geschil moet binnen twaalf maanden na de datum waarop de
leerling bij de verkeersschool heeft geklaagd bij de Geschillencommissie
Rijopleidingen schriftelijk aanhangig worden gemaakt.
Is deze keuze voor de geschillencommissie eenmaal gemaakt,
dan kan de leerling alleen nog naar de rechter indien de
geschillencommissie zich onbevoegd of niet ontvankelijk verklaart,
of om een door de geschillencommissie gemaakt bindend advies
door de rechter marginaal te laten toetsen.
c. De Geschillencommissie Rijopleidingen doet uitspraak in de vorm
van een bindend advies volgens een reglement. Het reglement
wordt desgevraagd toegezonden.
d. Voor de behandeling van het geschil door de Geschillencommissie
moet de leerling een vergoeding betalen.
e. Een uitspraak van de Geschillencommissie Rijopleidingen is
bindend. De uitspraak kan alleen ter marginale toetsing worden
voorgelegd aan de rechter. Dit moet binnen twee maanden na de
verzending van de uitspraak.
3. Nakoming
a. BOVAG staat garant voor de nakoming van de bindende adviezen
van de geschillencommissie door de verkeersschool die bij BOVAG
is aangesloten.
De nakomingsgarantie geldt niet als de verkeersschool besluit het
bindend advies binnen twee maanden ter toetsing aan de rechter
voor te leggen en de rechter het bindend advies onverbindend
verklaart en tegen het vonnis niet meer opgekomen kan worden.
De garantstelling geldt tot € 454,- en onder de voorwaarde dat de
leerling zijn vordering op de verkeersschool aan BOVAG
overdraagt. Bij bedragen hoger dan € 454,- zal BOVAG voor het
meerdere proberen de verkeersschool via de rechter tot betaling
te bewegen. Lukt dat, dan wordt het geïncasseerde boven € 454,-
aan de leerling overgedragen.
b. Voor een beroep op de nakomingsgarantie moet de leerling
voldaan hebben aan bepaalde formele innamevereisten die nodig
zijn voor het in behandeling nemen van het geschil (betaling
klachtengeld, retournering ingevuld en ondertekend
vragenformulier en eventuele depotstorting).
c. BOVAG verschaft ook geen nakomingsgarantie als er sprake is
van één van deze situaties:
i. Faillissement;
ii. Surseance van betaling, of
iii. Bedrijfsbeëindiging van de verkeersschool. Bepalend voor de
laatste situatie is de datum waarop de bedrijfsbeëindiging in het
Handelsregister is ingeschreven of een eerdere datum, waarvan
BOVAG aannemelijk kan maken dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk
zijn beëindigd.
d. BOVAG keert wel een bedrag tot maximaal € 454,- per geschil uit
als het faillissement of de surseance is uitgesproken of de
verkeersschool haar bedrijf heeft beëindigd nadat de leerling heeft
voldaan aan de innamevereisten uit 3.b.
Artikel 11- Vrijwaring
1. De verkeersschool draagt de kosten voor verkeersovertredingen
die de leerling pleegt tijdens rijlessen en toetsen. De verkeersschool
vrijwaart de leerling ook voor aanspraken van derden wanneer er op
die momenten botsingen, aanrijdingen of overrijdingen gebeuren.
Deze vrijwaring geldt niet bij opzet / grove schuld van de leerling
en ook niet als de leerling alcohol, verdovende middelen of
geneesmiddelen gebruikt die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.
2. Blijkt nu dat het rijbewijs van een leerling was ingevorderd (terwijl
de leerling verklaard had dat dit niet het geval was) of verzwijgt de
leerling een vonnis van de rechter waarin staat dat hij geen
motorvoertuig mag besturen, dan zal deze leerling alle opgelegde
boetes moeten betalen en moet hij de financiële consequenties die
dit voor de verkeersschool heeft dragen. Leerling vrijwaart de
verkeersschool hiervoor.
Versie mei 2019